Özcan Akyol is naast dat hij een bekende televisiepersoonlijkheid is ook een getalenteerd schrijver. Hij staat erom bekend dat hij zich nooit een blad voor de mond neemt. Wie is Özcan Akyol?

Gevangenisstraf als keerpunt in zijn leven

Özcan Akyol werd in Deventer geboren op 7 april 1984. Zijn vader kwam als gastarbeider uit Turkije naar Nederland, met de bedoeling hier hooguit 3 jaar te blijven. Maar dat liep anders, en daarom kwam ook zijn moeder over uit Turkije. Ondanks een vrij liberale opvoeding heeft hij zich in zijn jonge jaren altijd een buitenstaander gevoeld. Voor de Turkse gemeenschap was hij te Nederlands, en de Nederlanders zag men hem als Turk. Zijn jeugd verliep moeizaam, mede door de slechte relatie met zijn vader en uiteindelijk belandde Akyol in de criminaliteit. Maar de gevangenisstraf die hem dat uiteindelijk opleverde bleek een keerpunt in zijn leven.

Maarten ‘t Hart

In de gevangenis begon hij te lezen en ontdekte Maarten ‘t Hart. Diens breuk met het christelijke geloof hielp Akyol om te breken met zijn eigen verleden. Na het uitzitten van zijn straf ging hij Journalistiek studeren, gevolgd door een studie Nederlands. Onderwijl begon hij ook met schrijven en in 2010 verscheen zijn eerste korte verhaal ‘Taakstraf’. Zijn debuutroman ‘Eus’ verscheen in 2012. De semi-autobiografische roman deed meteen veel stof opwaaien, niet in de laatste plaats omdat hij zich nogal hard opstelde tegenover collega-schrijvers met een allochtone achtergrond.

Onze Man in Deventer

Akyol bracht in 2014 samen met Twitteraar @DuBlanqeBogarde het boekje ‘Hé scheids, jij hebt thuis zeker niks te vertellen?!’ uit over taalspitsvondigheden uit de voetballerij en in 2018 stelde hij een bloemlezing samen voor de dichter Levi Weemoedt. Akyol verschijn regelmatig als opiniemaker in diverse talkshows en schrijft columns voor diverse bladen waaronder het Algemeen Dagblad en de Nieuwe Revu. In 2017 maakte hij een documentaire met de titel ‘De neven van Eus’ en maakt voor BNNVARA het nachtelijke radioprogramma ‘Onze Man in Deventer’.